Navigate

  • Geen categorieën

Essay: Tegan Bristow – Wat betekent Afrofuturisme voor Afrika

teganbristow

 

Al doet de naam anders vermoeden, afrofuturisme heeft niets met Afrika te maken, maar des te meer met machtsongelijkheid en cybercultuur in het Westen. Denk aan Sun Ra, hiphop uit de jaren negentig, de technomixen van Scanner en DJ Spooky met de Afro-Amerikaanse identiteit in de ruimte. De term werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse schrijver, docent en cultuurcriticus Mark Dery in Pyrotechnic Insanitorium, in het artikel Black to the Future: Afro-Furutism 1.0 (1999, nu alleen nog te vinden via de ‘wayback machine’ op internet), waarin hij schrijft:

Speculatieve fictie over Afrikaans-Amerikaanse onderwerpen en over wat Afrikaans-Amerikanen bezighoudt in de context van de twintigste-eeuwse technocultuur – en meer in het algemeen wat het betekent Afrikaans-Amerikaans te zijn, met gebruikmaking van technologische beelden en een toekomst waarin protheses het arsenaal aan mogelijkheden uitbreiden – zou je bij gebrek aan een betere term afrofuturisme kunnen noemen.

In wezen maakt het afrofuturisme net als het cyberfeminisme een speculatief gebruik van sciencefiction en cybercultuur, in het geval van het afrofuturisme om niet te hoeven definiëren wat het betekent zwart (of exotisch Afrikaans) te zijn in de westerse cultuur. Cybercultuur de komst van draaitafels en remixen als een instrument hebben geleid tot nieuwe definities die het mogelijk maken zich bezig te houden met kwesties rond identificatie. Door de zwarte man in de ruimte te plaatsen, buiten het bereik van raciale stereotypen, is het door het afrofuturisme mogelijk geworden zowel de westerse cultuur als de technocultuur kritisch te beschouwen.

Dery’s afrofuturisme was echter wel een product van de jaren negentig, en waar het misschien associaties opriep met de futuristische fetisjen van de P-Funk uit de jaren zeventig, had het via de literatuurkritiek toch een andere agenda. Het idee van ‘buitenaards’ en ‘anders’ wordt in het afrofuturisme gebruikt om kwesties rond identiteit, marginalisering en identificatie aan de orde te stellen. In Black to the Future citeert Mark Dery Erik Davids, de auteur van TechGnosis: Myth, Magic and Mysticism in the Age of Information, die zegt: ‘Deze enigszins gnostische, afro-diasporische sciencefiction is het product van een confrontatie tussen de moderne technologie en de profetische verbeelding, een confrontatie geworteld in de vervreemdende condities van het leven van zwarten in de Nieuwe Wereld.’ Volgens mij is de kritiek die in het afrofuturisme wordt geleverd vergelijkbaar met die van het cyberfeminisme: kritiek op de gecentraliseerde en naar buiten gerichte opvatting van technologie en haar banden met de macht in het Westen, die een toenemende invloed heeft op een nieuwe vorm die globalisering heet.

Het afrofuturisme van de technomuziekcultuur uit de jaren negentig verbreedde die kritiek op twee manieren, door het loskomen van de aarde aan te grijpen als een middel om vragen te stellen bij begrippen als identificatie en door de voorgestelde decentralisatie in zijn esthetiek. In een interview met Kodwo Eshun, de Ghanees/Britse schrijver en musicus en auteur van More Brilliant than the Sun, door de Nederlandse hoogleraar mediatheorie en schrijver Geert Lovink (gepubliceerd onder de titel “Everything was to be done. All adventures are still there.” A Speculative Dialoge with Kodwo Eshun (2000, Netime Archives)), stelt Eshun:

We ontdekten dat we al dit materiaal konden gebruiken om in een speculatieve speeltuin op avontuur te gaan met concepten […] Het afrofuturisme als een tendens die dwars door de hele populaire cultuur liep en de opvattingen van mensen over zwarte identiteit, popidentiteit en culturele identiteit op losse schroeven zette. Toen ik begon, was er niet alleen in theoretische zin sprake van een verplicht pessimisme. Er was ook een verplicht gettocentrisme in de zwarte populaire cultuur. Altijd die exegese van de straat.

In 2010 schreef ik een essay met de titel Rephrasing Protocol: Internet Art in the Global South. Het gaat over de tendens tot decentralisatie in de Zuid-Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse internetkunst en kunst die met mondiale netwerken te maken heeft. In dit essay identificeer ik digitale en netwerkmedia als een aangeleerd en overgenomen medium, een medium gebaseerd op een westers protocol van technologieontwikkeling en informatie-uitwisseling. In een poging zich in dit domein verstaanbaar te maken herformuleren de kunstenaars van het mondiale Zuiden dit protocol, als een vorm van destabilisering. In het afrofuturisme doorbreekt het mechanisme van de zwarte man in de futuristische cyberruimte het opgelegde beeld van de zwarte identiteit, maar belangrijker nog: het afrofuturisme toont ons dat binnen de technocultuur juist het medium ons een kans biedt tot decentralisatie. Om opnieuw Eshun te citeren: ‘Identiteit als iets wat met tussenpozen fluctueert, een bijverschijnsel van convergerende processen.’ Van die veranderlijkheid komt echter weinig terecht als de locatie zelf niet alleen ideologisch, maar ook geografisch in een baan rond een in het Westen gecentreerd wereldbeeld cirkelt.

Het afrofuturisme is geen Afrikaanse sciencefiction, maar een vorm van kritische interactie met technologie en de machtsidealen van ‘de ander’. De esthetiek die het afrofuturisme heeft voortgebracht steekt nog steeds in verschillende eigentijdse Afrikaanse varianten haar kritische hoofd op, al ligt haar oorsprong elders.

Tegan Bristow is een mediakunstenaar en docent aan de Wits University in Johannesburg, Zuid-Afrika. Haar werk richt zich op het onderwijzen en het ontwikkelen van een lokaal begrip van het creatieve gebruik van technologie en de interactieve mediapraktijk in Zuid-Afrika.

One Trackback

  1. […] waarom hij als zwarte mens in Amerika de aarde simpelweg achter zich laat. Het is een door en door Afrofuturistische tekst. Het voorstellen van een andere wereld waarin de onderdrukking van nu ver weg zou zijn. […]