- Author: impakt maandag, 8 oktober 2012
Een van de dingen die DJ’s zo spannend of juist zo saai kunnen maken is de dunne scheidslijn tussen gemakzuchtige charlatanisme en adembenemend talent. Een slechte DJ is nauwelijks meer dan een jukebox. Een goede DJ is een jukebox met een leuke muzikale selectie. En een fantastische DJ vindt het vertrouwde en/of obscure opnieuw uit en drukt er zijn of haar eigen stempel op via live improvisatie met behulp van fragmenten van muziek van anderen. Een succesvolle DJ kan barrières slechten en zo uit onverwachte bronnen verborgen harmonieën naar voren brengen. Toen in de Bronx de hiphop ontstond, stopten DJ’s als Afrika Bambaataa alles wat maar een funky beat had in hun mixen: James Brown, Kraftwerk of de Monkees, het maakte niet uit.
Ik ben gefascineerd door de mogelijkheden die turntablism en sampling bieden om ingesleten patronen te doorbreken. Maar de laatste tijd ben ik sampling ook gaan zien als een heel lui gebaar — in het beste geval kan het onschuldig zijn, maar in het ergste geval werkt het op griezelige wijze segregatie in de hand. Als je bijvoorbeeld een sitar-CD samplet, doe je dat meestal omdat je geen echte sitarspeler kunt vinden of niet de moeite wilt doen om er een te vinden. Sampling houdt culturele afstand in stand; samenwerking vereist nabijheid. Dat is een enorm verschil. Het is het verschil tussen een eenzijdige culturele stroom en het soort dialoog dat tot een echte gemeenschap zou kunnen leiden.
Echte samenwerking levert veel meer op dan sampling, maar is ook niet zonder problemen. Wereldmuziekfestivals zijn dol op “fusion” groepen met bandleden die uit verschillende achtergronden putten en daarmee een gemakkelijke sound creëren die vooral bedoeld lijkt om het grotendeels uit het Westen en de middenklasse afkomstige festivalpubliek gerust te stellen: wereldmuziek als buitenlandse muziek waarvan de karakteristieke kenmerken zijn weggegumd, en daardoor geschikt voor massaconsumptie waar ook ter wereld; weer eens iets anders met een jazzy backbeat waar je op kunt grooven; exotisch maar nooit extreem.
Mainstream pop, reggae en R&B bieden een interessante oplossing: zij gaan de synthetische kant op. Gevierde producers als Timbaland en The Neptunes hebben voor artiesten zoals Missy Elliot en Justin Timberlake uitzonderlijk creatieve popsongs gecreëerd met een duidelijk oosterse inslag. Maar ze hebben er totaal geen zin in om hun producties ook maar een zweem van authenticiteit te geven, en dat is verfrissend. Ze behoren tot het selecte groepje producers dat het zich kan veroorloven om voor al hun samples officiële toestemming te regelen, maar toch kiezen ze er meestal voor om een plastic Noord-Afrikaanse beat te fabriceren, of om een kwarttoon-harmonielijn voor viool na te spelen op een goedkope synthesizer. Briljant of lui – of allebei? Richt de zichzelf replicerende, amoebische logica van de popmuziek alle andere muziek te gronde? In ieder geval reageerde de menigte tijdens mijn optreden in Dubai het uitbundigst op de song van The Neptunes.
Als we onze blik even de andere kant op richten, zien we in de Arabische pop een fantastische cultuur van bootlegging, cover versies en westers exotisme. In een willekeurige platenzaak in Marokko vind je een eindeloze hoeveelheid cassettes van het type HipHop Ray 2002!, een bootleg-compilatie van rai-hits afgewisseld met mainstream Amerikaanse rapnummers met verkeerde credits. Of neem de bootleg rai-CD Compil Santana, een van mijn recente favorieten: op de cover en het artwork van de CD zien we beelden van zeven Marokkaanse zangers en van Victoria’s Secret supermodel Laetitia Casta. Glamour als het universele bindmiddel.
Muzikale invloeden verspreiden zich razendsnel, springen over de grenzen van staten, talen en godsdiensten. Maar toch wordt binnen vrijwel alle genres controle opgelegd vanuit de heersende concepten van authenticiteit. Puristische anarchisten hebben al snel bepaald of iets in de categorie punkrock valt of niet; in de hiphop draait alles om “keeping it real”; en in Spanje wordt voortdurend gesproken over “pure” flamenco, hoewel in de stembuigingen en de vurige gitaarstijl van de zo gekoesterde “nationale” Spaanse muziek de Arabische invloeden duidelijk hoorbaar zijn. Dus hoe houden we het dan authentiek als het onze missie is om uit diverse tradities een karakteristiek geheel af te leiden? Alle muziek ontspringt uit diverse bronnen, maar de geschiedenis van de mengvorm is helemaal geen geschiedenis, maar slechts een X op de kaart waar de grensoverschrijder beide landen heeft verlaten. […]
Dit is een verkorte versie van het essay op de website van de New York Foundation for the Arts. Klik hier voor het volledige essay.
Jace Clayton aka DJ Rupture is een Amerikaanse DJ, muzikant, beeldend kunstenaar en schrijver uit Brooklyn, New York. Zijn werk richt zich op de wisselwerking tussen het gebruik van geluid en technologie en openbare ruimte, met de nadruk op Latijns Amerika, Afrika en de Arabische wereld.