- Author: impakt donderdag, 4 oktober 2012
Meeting Modernity staat centraal in de eerste reizende tentoonstelling van Néojaponisme. In deze verzameling foto’s, die gevonden werden bij de stad Sano in Tochigi-ken, is vastgelegd hoe Japan in de Meiji- en de Taisho-periode moderniseert en de commerciële fotografie ontdekt. De serie bestaat voornamelijk uit portretfoto’s.
Hoezeer onze huidige tijd ook wordt gekenmerkt door snelle globalisering, de prijs voor de extreemste nationale transformatie gaat waarschijnlijk nog steeds naar Japan. Na meer dan honderd jaar stagnerend feodalisme en internationaal isolement vormde de Meiji-restauratie, de politieke omwenteling die in 1868 in Japan een nieuwe tijd inluidde, het startschot voor een ongekend snelle ‘modernisering’, waarbij met een onverwacht fanatisme buitenlandse gebruiken werden overgenomen. Alles wat ‘Japans’ was werd met een nieuwe argwaan benaderd en in verband gebracht met de ‘achterlijkheid’ van Japan. De westerse technologie en maatschappelijke organisaties werden vanwege hun efficiëntie aangeleerd en overgenomen, maar Japan richtte zich ook op bepaalde aspecten van de Europese en Amerikaanse cultuur in de overtuiging dat die de sleutel vormden tot de nationale kracht van die landen. Zo zwoeren de mannen de nationale dracht van kimono en hakama af ten faveure van driedelige kostuums en militaire uniformen naar Britse snit. Aristocratische dames gingen baljurken dragen en leerden westerse dansstijlen. En op het platteland voerde de overheid campagne ter bestrijding van ‘naaktheid’, waar voorheen niemand een probleem van maakte, om zich te conformeren aan de victoriaanse ideeën over zedigheid.
Evenwicht
De modernisering van Japan heeft echter altijd een tweeslachtig karakter gehad. Ironisch genoeg was de drijfveer van de leiders om te verwesteren fundamenteel anti-westers: door zich de beste praktijken van het imperialistische Westen eigen te maken hoopten ze te verhinderen dat ze een vertrapte kolonie als het buurland China zouden worden. Een leuze uit die tijd was wakon yousai, wat ‘Japanse geest, westerse technologie’ betekent. Het wapentuig en het uniform mochten de Japanners dan van het Westen overnemen, hun inwendige psyche en moraal konden het best de Japanse traditie blijven volgen. De vooruitgang van het land werd gekoppeld aan een succesvol evenwicht tussen deze twee elementen en ook vandaag de dag nog verleent deze tweeledigheid de samenleving een belangrijke creatieve spanning.
Bobkapsel
De foto’s in de tentoonstelling Meeting Modernity illustreren op schitterende wijze het moment dat de westerse technologie en het moderne commerciële leven de ‘premoderne’ cultuur van Japan binnendrongen. Deze gevarieerde verzameling foto’s werd gevonden op een kleine markt in de buurt van Sano, in de landelijke prefectuur Tochigi. Op de foto’s, voornamelijk professionele portretten uit het begin van de twintigste eeuw, zijn families te zien in een mengelmoes van traditionele kimono’s en yukata’s en geïmporteerde jurkontwerpen en westerse kleding voor mannen. Jongetjes zijn gekleed in de formele hakama, maar houden een schoolpetje vast dat duidelijk is afgekeken van Europese ontwerpen. De vrouwen dragen een traditioneel Japans ‘opgestoken’ kapsel of een modieus westers, ‘hangend’ bobkapsel. Sommige foto’s zijn geposeerde portretten en andere doen spontaner aan, maar in beide gevallen lijkt het feit dat er een foto wordt genomen voor de gefotografeerden een gewichtige gebeurtenis.
Culturele synthese
De foto’s vertellen veel over de Japanse cultuur. Ten eerste dat deze periode van snelle veranderingen culturele elementen voortbracht die tegenwoordig worden beschermd en gekoesterd als sleutelonderdelen van de continuïteit van de maatschappij. Veel ‘nieuwe stijlen’ uit die periode – in het bijzonder de schooluniformen, die een Pruisische invloed verraden – zijn in deze tijd nog sterk aanwezig. Nog steeds dragen basisschoolleerlingen een kostuum met korte broek en een opvallend, militair aandoend hoofddeksel. Maar in plaats van die stijlen als een curieus stukje ‘moderniteit’ te beschouwen, het product van een specifiek tijdperk, zien conservatieve Japanners er juist een schoolvoorbeeld in van ‘Japanse traditie’, die dient te worden behoed voor een nog verdergaande verwestersing. Op vergelijkbare wijze zijn de verheven schoolliederen van de meest vooraanstaande particuliere universiteiten geen Japanse pentatonische composities, maar bombastische gezangen waarin laatnegentiende-eeuwse Europese marsen doorklinken. Toch gelden deze liederen voor het grote publiek als het toppunt van ‘Japansheid’. Op elk willekeurig moment in de tijd is ‘Japan’ het product van een culturele synthese tussen inheemse en buitenlandse krachten en op de foto’s uit de verzameling zien we de tegenstrijdige elementen die de basis vormen van alle tradities.
W. David Marx is schrijver en musicus, gevestigd in Tokyo, Japan. Marx is voormalig redacteur van de Harvard Lampoon en heeft geschreven voor publicaties als GQ, Brutus, Harper’s, Nylon, Cyzo, OK Fred, The Japan Times, Art AsiaPacific, en The Fader. Hij is de oprichter en hoofdredacteur van het webjournaal Néojaponisme.