Navigate

  • Geen categorieën

Recensies: Roee Rosen, Poetry and Catharsis

recensie

 

 

George Vermij, Metropolis M, woensdag 14 mei 2019, “Over de provocerende Roee Rosen”

Roee Rosens werk, dat momenteel te zien is bij Impakt, provoceert en daagt uit, maar achter al die shocktactieken schuilt ook een empathische kracht. Met zichtbaar plezier schelpt hij middels alter ego’s en fictieve persona een chaotische werkelijkheid waarin hij ongemakkelijke vragen stelt.

Er is een stijlmiddel dat steeds opduikt in de tentoonstelling Poetry and Catharsis die nu bij Impakt is te zien. Het is de prosopopee: een stilistisch trucje waarbij een schrijver of kunstenaar spreekt vanuit een object of een andere persoon. Het is een handige manier als je slecht nieuws komt brengen en niet de boodschapper wilt zijn of als je jouw eigen positie of betrouwbaarheid ter discussie wilt stellen door de ogen van een ander.

Kunstenaar Roee Rosen maakt gretig gebruik van de prosopopee zodat hij zijn ‘boodschap’ in een context kan plaatsen waarin eenvoudig en traditioneel zwart-witdenken geen uitkomst biedt. Deze strategie is niet verwonderlijk als je bekend bent met zijn achtergrond. Rosen is een Israëlische kunstenaar wiens vader de Jodenvervolging heeft overleefd, maar die in zijn werk juist tegen de heilige huisjes van de nagedachtenis aan de Holocaust trapt. Zijn Live and Die as Eva Braun (1995-1997) lokte felle en afkeurende reacties uit in de Israëlische media. Het idee om je in de vorm van een simulatie te verplaatsen in Hitlers geliefde om zo de beruchte dubbele zelfmoord te ervaren, viel niet in goede aarde.

In de eerste ruimte van de expo zijn wat tekeningen en boeken te zien van Rosens controversiële Eva Braun-concept. Naast de werken die je in boekvorm kunt bekijken is in die ruimte op een klein scherm nog een nepdocumentaire te zien. Twee langere films van Rosen worden in een loop vertoond in een grote zaal waar je op een bank kunt zitten. Het werk van Rosen heeft een provocerend en ondeugend kantje. Middels alter ego’s en fictieve persona probeert hij ongemakkelijke zaken aan de kaak te stellen. Bij Rosen gaat het over identiteit en de rol van de ‘Ander’. De Ander is natuurlijk een beladen begrip vanuit de joodse beleving omdat zij door de geschiedenis heen zo vaak als ‘anders’ zijn gebrandmerkt en daarom werden gezien als gevaarlijk, abnormaal en inferieur. Eigenschappen die terugkwamen in karikaturale en spottende beelden die gebruikt werden in antisemitische propaganda zoals in de schokkende nazifilm Der ewige Jude (1940).

Rosen verwijst in de vorm van het fictieve personage Justine Frank ook naar die besmette icongrafie. In de naam Justine Frank zelf ligt al een spanning besloten. Justine verwijst naar Markies de Sade’s gelijknamige boek en Frank is de joodse achternaam van het bekendste slachtoffer van de Holocaust. Die twee geschiedenissen of verhaallijnen komen samen in het leven en werk van Justine Frank, een Belgische lesbische surrealist die in geen enkel hokje te plaatsen is en daarmee alle constructies van identiteit overstijgt. In de nepdocumentaire Two Women and a Man (2005) die in de eerste zaal te zien is, wordt zij geportretteerd als een tragische figuur die in obscuriteit zou sterven. Haar boek Sweet Sweat verkrijgt postuum cultsucces en haar tekeningen en schilderijen doen niet onder voor het werk van Salvador Dali en Max Ernst. Anders dan die twee verwijst Frank naar stereotiepe joodse figuren die zij vermengt met het werk van Francisco Goya of een poster van de film Fantômas uit 1913. Je krijgt een idee van haar kunst als je door de boeken bladert die de documentaire aanvullen.

Rosen heeft duidelijk plezier gehad in het samenbrengen van al die verschillende verwijzingen om ze vervolgens op een bijna occulte manier met elkaar te vermengen

Rosen compliceert de boel door zichzelf ook in het verhaal te introduceren. De voice-over vindt hem maar een provocerende dwarsligger die conservatieven choqueert, terwijl het links-culturele establishment hem gedoogt. Er wordt gesuggereerd dat hij profiteert van de artistieke nalatenschap van Frank door haar te kopiëren. Het eerder genoemde Live and Die as Eva Braun wordt daarbij geciteerd. Rosen speelt ook nog de vertaalster Joanna Fuhrer-Ha’sfari in de documentaire. Zij heeft Franks boek in het Hebreeuws vertaald en moet niets van Rosen hebben.

Middels Justine Frank toont Rosen het hele circus dat ontstaat rondom een herontdekte outsiderkunstenaar en contrasteert dat met de vijandige receptie van zijn eigen werk in Israël. Iets vergelijkbaars gebeurt in het personage Maxim Komar-Myshkin, het pseudoniem van Efim Poplavsky om het nog verwarrender te maken. Komar-Myshkin is een kunstenaar en dichter die lijdt aan vervolgingswaan aangewakkerd door de ongehinderde macht van Vladimir Putin. Hij start een kunstenaarscollectief die een subversieve wraakactie begint tegen deze moderne Russische despoot.

Komar-Myshkins verhaal wordt ook in de eerste zaal uitgelicht door verschillende tekeningen, teksten en foto’s die aan een muur hangen. Ze laten fragmenten uit Vladimir’s Night (2014) zien, een obsceen kinderboek met een hermetische boodschap die verbanden legt tussen de traumatische Russische geschiedenis en Putins meedogenloze methoden. Het is Komar-Myshkins manier om zich tegen repressieve krachten te verzetten. Rosen heeft duidelijk plezier gehad in het samenbrengen van al die verschillende verwijzingen om ze vervolgens op een bijna occulte manier met elkaar te vermengen. Komar-Myshkins werk is dat van een paranoïde visionair die met zijn boek een schokkende openbaring lijkt te verkondigen.

Waar Frank en Komar-Myshkin als ‘Anderen’ nog de vorm hebben van subversieve dissidenten en radicale avant-gardisten is de Ander in The Dust Channel (2016) en Out (2010) verweven met het schrikbarende en draconische beleid van de staat Israël. Deze korte films zijn op een groot scherm te zien in de tweede zaal van de expo. In The Dust Channel laat Rosen een klassieke muziekensemble een minimale en serene compositie spelen terwijl zij in een moderne woning vreemde dingen doen. Er zit een knipoog in naar Luis Buñuels Un chien andalou (1929) en het geheel oogt surrealistisch op een kolderieke manier. Zo wordt de Dyson stofzuiger bezongen die met zijn zuigkracht en unieke stofreservoir het vuil geen enkele kans geeft. Een dansvoorstelling van schattige Roomba’s –ronde robotstofzuigers—is een leuke bijkomstigheid.

Maar dit potsierlijke schouwspel wordt onderbroken door schokkende nieuwsberichten en een onthullend interview over de mensonterende behandeling van vluchtelingen in Israël. Daarin wordt een link gelegd tussen vreemdelingen en vuil. Een oude analogie die nu weer overal de kop opsteekt en mensen tot dingen reduceert die simpelweg opgeruimd kunnen worden. The Dust Channel plaatst dit probleem in een verstoorde alledaagse setting. Een smetteloos en brandschoon huis tegenover de fantoomdreiging van de vieze Ander die op ieder moment de reine idylle kan ontwrichten.

Een smetteloos en brandschoon huis tegenover de fantoomdreiging van de vieze Ander die op ieder moment de reine idylle kan ontwrichten

In Out worden twee jonge Israëlische vrouwen geïnterviewd die aan SM en bondage doen. Ze spreken openhartig over de aanlokkelijkheid van die seksuele beleving. Geleidelijk gaat het over de bestaande rechtse politicus Avigdor Lieberman die in zijn opruiende toespraken fel tekeer gaat tegen buitenlanders en Palestijnen. De geest van Lieberman heeft zich als een demon in een van de vrouwen genesteld en Rosen laat een sadomasochistisch exorcisme zien waarbij een van de vrouwen de ander fikse klappen geeft. De stem van Lieberman wordt door de pijn aangewakkerd en is vervormd te horen als in een horrorfilm. De woorden die hij als een duivelse entiteit uitkraamt zijn letterlijk overgenomen uit zijn haatdragende speeches.

Out is een heftige kijkervaring. De bondagesessie wordt expliciet in beeld gebracht. De camera registreert nauwkeurig het naakte lichaam dat wordt geslagen en zoomt in op de beurse huid die ontstaat na de klappen. De overgang is daarom des te verrassender. In het afsluitende deel speelt een muzikant een teder liedje dat verwijst naar de complexe achtergrond van Lieberman, een Russische jood die naar Israël emigreerde en net zo goed een Ander is.

In Rosens interview met een van de vrouwen zegt zij dat je sympathie moet hebben voor de demon en het kwaad. Je moet hem begrijpen om hem uit het bezeten lichaam te verdrijven. Het is een uitspraak die mooi spiegelt met de methode van Rosen waarin hij zich door middel van zijn kunst verplaatst in andere mensen en denkbeelden. Het laat ook de onderliggende empathische kant van deze tentoonstelling zien die achter alle provocaties en subversiviteiten doorschemert. Poetry and Catharsis biedt vooral prikkelende pogingen om identiteit – een vaak gesloten en onwrikbaar begrip – open te breken en ter discussie te stellen en om de Ander in jezelf terug te zien.

Op 19 mei introduceert Marcel Schwierin, curator, filmmaker en directeur van Edith-Russ-Haus for Media Art tijdens Theatre of the Awkward Roee Rosens nieuwste work-in-progress Kafka for Kids.

Roee Rosen – Poetry and Catharsis, IMPAKT Center for Media Culture, Utrecht t/m 26 mei

George Vermij

is criticus en journalist

Lees het oorspronkelijke artikel hier

Lucette ter Borg, NRC, donderdag 9 mei 2019, “Roee Rosen heeft een kritisch oog voor bekrompenheid en racisme”

Recensie | De overzichtstentoonstelling Poetry and Catharsis van Roee Rosen in Impakt in Utrecht, is een spel tussen schijn en werkelijkheid. Met werken op papier gaat Rosen het gesprek aan met de bezoeker.

Lucette ter Borg, 9 mei 2019

Xenofobie – daar begint het mee. Agressie en angst tegenover vreemdelingen, intolerantie voor andersdenkenden, anders gekleurden, anders geaarden. Het is voor niemand makkelijk om in een land als Israël te leven, maar zeker niet voor een kunstenaar als Roee Rosen (1963), die een superkritisch oog heeft voor politieke en sociale misstanden en dat koppelt aan een rijke verbeeldingskracht. Rosen is filmmaker, tekenaar, schrijver en ook acteur. In die hoedanigheid gaat hij de strijd aan – soms als een hij, soms als een zij – tegen bekrompenheid, racisme dat wordt gelegitimeerd door wetgeving, en de in Israël allesdoordringende erfenis van de Holocaust. Soms is wat Roee doet ‘echt’, en dan ziet zijn werk er haast documentair uit, soms is alles fictie.

Het spel met schijn en werkelijkheid wordt door Rosen – zo is te zien op de overzichtstentoonstelling Poetry and Catharsis in Impakt in Utrecht – op een dwingende manier uitgevoerd, zo dwingend dat het soms haast niet om aan te zien is. Zo evolueert de film Tse (Out) uit 2010, groots geprojecteerd in de achterzaal van Impakt, van een huis-tuin-en keuken-interview met een jonge, ‘progressieve’ meesteres (een dom) en een jonge ‘conservatieve’ submissive tot een gewelddadig ritueel waarbij de sub wordt geketend, ontkleed en geslagen. De striemen, de bloedblaren op de billen – alles is zichtbaar, alles is écht, behalve de vervormde computerstem die uit de mond van de sub komt en die met de woorden spreekt van een xenofobe Israëlische politicus. Tse is van behoorlijk dik hout gezaagd.

Heel anders van toon is de film The Dust Channel (2016), die Rosen voor de laatste Documenta in Athene maakte. The Dust Channel is een serene operette (ja, dat kan) rondom een gele Dyson-stofzuiger. Ook hier is de grondtoon grimmig, want ook hier wordt de relatie gelegd tussen iets ogenschijnlijk simpels (het schoonmaken van het huis, de productie van een stofzuiger, de liefde voor de stofzuiger) en de politiek van uitstoting en opsluiting van immigranten in detentiekampen in de Negev-woestijn. The Dust Channel is echter veel minder letterlijk dan Tse – en komt juist daardoor harder aan.

Rosen is niet alleen filmmaker. En dat is een groot goed. In de voorruimte van Impakt zijn drie geweldige presentaties te zien rondom fictieve persoonlijkheden, gericht aan fictieve persoonlijkheden. Met prachtige, deels folkloristische en deels pornografische werken op papier – hier gekopieerd en opgehangen, maar ook samengebracht in precieuze boeken – gaat Rosen het gesprek aan met de kijker. Stel je voor dat je Hitlers maîtresse bent: je leeft, hebt lol en sterft als Eva Braun (Live and Die as Eva Braun – 1995-1997). Bedenk hoe hard de protesten in Israël klinken tegen het exposeren van zulke ‘onhygiënische’ kunst. Of stel dat je de mysterieuze vertaler bent van de Franse, pornografische surrealist Justine Frank die in 1943 in Tel-Aviv gestorven zou zijn. Stel dat jij die inmiddels ook gestorven vertaler bent en dat je in een zeldzaam filmfragment vertelt over een kunstenaar die Roee Rosen heet en die plagieert wat Justine Frank zoveel decennia terug zoveel beter deed (in Justine Frank & Two Women and a Man).

Wie gelooft wie nog? Wat is echt, wat is onecht? Het doet er niet toe volgens Rosen. Echt en onecht sluimert, broedt, doodt én verrijkt elkaar in dit werk en daarbuiten.

Tentoonstelling

Roee Rosen – Poetry and Catharsis. T/m 26 mei. Impakt, Lange Nieuwstraat 4, Utrecht. 19 mei, 20.30 uur: Theatre of the Awkward, live performance met Roee Rosen en Hani Furstenberg. Stadsschouwburg Utrecht.

●●●●

Lees het oorspronkelijke artikel hier

Anna van Leeuwen, De Volkskrant, donderdag 25 april 2019, “Kunstenaar Roee Rosen wil u een loer draaien bij Impakt in Utrecht en dat is helemaal niet erg”

Wees op uw hoede, want niets is wat het lijkt in het werk van de Israëlische kunstenaar Roee Rosen. Met zijn slimme en absurde kunst, nu te zien in Utrecht, zaagt hij graag aan de stoelpoten van de waarheid.

‘Wat is uw relatie met Roee Rosen?’, vraagt de interviewer. ‘Dat lijkt me een ongepaste vraag’, reageert de vrouw in de video Two Women and a Man. Ze herschikt haar kapsel, zucht en kijkt de interviewer (buiten beeld) uitdagend aan. De camera zoomt in. Volgens de toelichting in de video zien we in close-up het gezicht van de teruggetrokken wetenschapper Joanna Führer-Ha’sfari, die uitgebreid heeft verteld over het oeuvre van de Belgische Joodse surrealist Justine Frank (1900-1943).

Maar het is niet wat het lijkt. Dit is het gezicht van kunstenaar Roee Rosen (56). Hij bedacht en speelt Führer-Ha’sfari, die in zijn video ook commentaar levert op de manier waarop Rosen kunstenaar Frank uit de vergetelheid haalt, want ‘hij heeft zich haar werk op een manipulatieve manier toegeëigend’. Rosen bekritiseert dus zichzelf. Maar de video is nog veel maffer wanneer je weet dat die hele Justine Frank niet bestaat.

Rosen speelt voortdurend een spel met de toeschouwer. Of nee, een mindfuck is het. Extreem slim, grappig en absurd. Niets is wat het lijkt in zijn tentoonstelling bij Impakt in Utrecht. De Israëlische kunstenaar doet er alles aan om de toeschouwer te verwarren. Justine Frank is geen grap, haar oeuvre gemaakt door Rosen (tekeningen en schilderijen vol vulva’s, landschappen en Joodse symboliek) reageert op de kunstgeschiedenis, de rol van het jodendom daarbinnen en op seksualiteit. Over alles is nagedacht, laat dat maar aan Rosen over. Justine Franks naam lijkt bijvoorbeeld naar Markies de Sade en Anne Frank te verwijzen.

Het zou het levenswerk van Rosen kunnen zijn, zo’n fictieve kunstenaar animeren, inclusief de kunstwerken, een complete pornografische roman, een biografie en foto’s. Maar Rosen doet veel meer, zo is in Utrecht te zien: hij maakt boeken, films, performances, schilderijen en tekeningen. Hij zet zijn tanden in uiteenlopende onderwerpen en laat niet los tot hij bloed ziet, tot het pijn doet, ook bij de toeschouwer.

Zo maakte Rosen een handleiding voor een ‘niet te realiseren’ virtualrealityspel waarin de deelnemer de laatste dagen van Eva Braun kan herbeleven. ‘Je raakt bijna overweldigd van opwinding wanneer je de snorharen van dat beroemde kleine gezichtskwastje bij je oor en je nek voelt kietelen.’ Brrr. In een van de vertoonde video’s is ook een akelige sadomasochistische duiveluitdrijving te zien, waarin de ‘demoon’ de Israëlische rechts-nationalistische politicus Avigdor Levi Lieberman is.

Het Israëlisch nationalisme speelt ook een (lelijke) rol in Rosens meesterwerk The Dust Channel dat vorig jaar op de internationale tentoonstelling Documenta in Kassel te zien was. Simpel gezegd een operette (ja, echt) waarin we een jong stel zien dat hun stofzuiger bezingt. Maar er gebeurt veel meer en alles lijkt verband te houden: de ontwikkeling van de Dyson-stofzuiger, het inmiddels gesloten vreemdelingendetentiecentrum Holot in de Negev-woestijn, onderdrukte seksuele verlangens en de xenofobie van uitvinder sir James Dyson. De montage is briljant. ‘Mensen willen graag hun vuil zien’, zegt Dyson over zijn stofzuiger, volgende shot: zwerfvuil in Holot. Suggestief, slim en verleidelijk, een ware mindclusterfuck.

Fictieve kunstenaars

In 2000 verscheen de Encyclopedie van fictieve kunstenaars, samengesteld door Koen Brams. 250 verzonnen kunstenaars stonden erin. Niet bedacht door Brams zelf, hij is wetenschapper, criticus en oud-directeur van de Jan van Eyck Academie. De voorbeelden kwamen uit de literatuur en de kunstgeschiedenis. Denk aan Basil Hallward (die het portret van Dorian Gray maakte) of Nat Tate, een verzinsel van David Bowie en William Boyd.

In de Engelstalige editie uit 2010 waren het al meer dan 280 kunstenaars. Er verscheen nog een boek bij, The Addition, vol kunstenaarsbijdragen, ook van Roee Rosen. Justine Frank ontbreekt helaas in de encyclopedie, net als Maxim Komar-Myshkin, een andere kunstenaar die Rosen bedacht en die tevens stichter is van (fictief) kunstenaarscollectief Buried Alive. De encyclopedie uit 2010 lijkt aan een update toe.

Lees het oorspronkelijke artikel hier

Maarten Buser, Parool, donderdag 18 april 2019, “Let goed op: wat zijn de feiten?”

Roee Rosen in Parool_18-04-2019