NL

Subsidie beëindigen voor festival Impakt zou dood- en doodzonde zijn

Robert van Gijssel in de Volkskrant

Vroeg in de jaren negentig trok ik als gretige student naar Utrecht. Ik dook direct het nachtleven in en moest van mezelf ieder weekend naar de club Pseudo Logica Fantastica, ofwel ‘de PLF’, die enige tijd bekend stond als de hipste uitgaansplek van Nederland.

Ik raakte daar ooit, waarschijnlijk wazig op de dansvloer, in gesprek met iemand die ook gek was op de in die jaren ontluikende ‘intelligente dance’, triphop en drum-’n-bass. ‘Je moet dat festival Impakt eens checken’, zei hij. ‘Die programmeren héél bijzondere elektronische muziek.’

Ik volgde tips toen nog op en kocht een kaartje voor Impakt. En daar ging een wereld voor me open. Het festival boekte zaaltjes als het kleine theater Kikker, en liet daar acts optreden die mijn bevattingsvermogen ontstegen.

Ik ontdekte dat er een artistieke stroming bestond die geluid zag als audiokunst in plaats van muziek of iets om een beetje op te dansen. Ik zag opengeklapte laptops als instrument en waanzinnige videoprojecties als podiumdecor.

En omdat ik toch dat passe-partout had, ging ik ook maar eens kijken naar de tentoonstellingen van Impakt, dat naar verluidt veel meer was dan een muziekfestival. Dat bleek. Geluidskunst was maar een klein onderdeel van een imponerend programma aan mediakunst, installaties, lezingen, films en meer.

Ik ging voorheen nooit naar een museum en moderne kunst kon me helemaal gestolen worden, maar ook daar ging dus een wereld open. Want de kunst op Impakt zat vaak bovenop de tijdgeest en je moest er verdomd goed bij nadenken.

De multimediawerken waren een beschouwing op de digitale leefwereld, en gingen over kunstmatige intelligentie, toen nog werkelijk niemand het over kunstmatige intelligentie had. Razend interessant, vond ik. Ik kocht daarna bijna jaarlijks een ticket voor Impakt, als ik de bekende vlaggen met het logo weer zag wapperen in de stad.

De mediakunst leek met het jaar actueler te worden. Er werden vragen gesteld over digitale veiligheid, over het loerende oog van kwaadwillende overheden. Ik zag een werk over ‘de internetparadox’, over sociale media die ons minder sociaal maakten. Let wel: toen Twitter, Instagram en TikTok nog niet bestonden.

De muziek werd ook steeds aangrijpender. In 2007 stond ik perplex bij een optreden van de Deense geluidsarchitect Jacob Kierkegaard, die ergens een duistere geluidsmuur optrok, met op de achtergrond angstaanjagende beelden van de ‘zone of exclusion’ in Tsjernobyl. Waanzinnig en indrukwekkend.

Net als dat hele festival Impakt, dat er kennelijk op listige wijze in was geslaagd mij als aarzelende kunstconsument toch een wereld van breinkrakende optredens en installaties in te sleuren. Ik ben dat festival daar nog altijd dankbaar voor.

Woensdag plofte een rapport van een culturele commissie op de mat bij de festivalorganisatie, over de gemeentelijke toekenningen van meerjarige subsidies. De Adviescommissie Cultuurnota 2025-2028 adviseert de gemeente Utrecht het festival Impakt vanaf volgend jaar geen cent meer te geven. Waardoor Impakt, als het advies wordt opgevolgd, waarschijnlijk ophoudt te bestaan. De adviescommissie is namelijk ‘niet overtuigd van de betekenis van Impakt voor de stad’. En dan volgt nog een rare zin over ‘het culturele ecosysteem’.

Ik vind het niet alleen dood- en doodzonde en vreselijk jammer voor mijzelf en de stad maar ook een belediging voor de festivalorganisatie, die al ruim dertig jaar heel veel ogen opent en daarmee ontzettend belangrijk cultuurwerk verricht. Maar ik ben natuurlijk geen cultuuradviseur.

 

 

CREDITS
Deze column van Robert van Gijssel werd op 6 juni 2024 gepubliceerd in de Volkskrant.


Share
Website by HOAX Amsterdam