Dealing With Dries Verhoeven
IMPAKT Festival 2024: DEAL WITH IT
Van 24 oktober t/m 3 november is Dries Verhoevens performatieve installatie Alles Moet Weg te zien in de Paardenkathedraal in Utrecht. Voor de installatie wordt een deel van een supermarkt nagebouwd. Via de figuur van de winkeldief onderzoekt het werk de morele conditie van het laatkapitalisme. Met een IMPAKT Festival 2024: DEAL WITH IT passe-partout kun je deze installatie voor slechts €6 bezoeken, ook op data buiten het festival.
IMPAKT ging langs bij de Paardenkathedraal om met Verhoeven te praten over dit nieuwe werk.
Alles Moet Weg is geïnspireerd door de toename van winkeldiefstal sinds de introductie van zelfscankassa’s. Hoe kwam je hiermee in contact en wat vind je er zo interessant aan?
Het begon vanuit de constatering dat het voor mensen in mijn omgeving minder een probleem is om te stelen. Sterker nog: dat behoorlijk wat mensen problemen hebben met betalen. En heel specifiek is het gaan rollen toen een vriend op een etentje bij mij thuis kwam met een stuk parmezaan en zei ‘die heb ik voor je gejat.’
Toen ik vroeg waarom hij dat had gedaan, keerde hij de vraag om: waarom niet? Waarom betaal jij voor je spullen? Zo gingen we in gesprek over het recht van de verkoop en hoe je in het huidige tijdsgewricht iemand – of een grootwinkelbedrijf in dit geval, Albert Heijn – het recht geeft om vanuit haar feitelijke monopoliepositie te bepalen hoeveel geld zij vraagt voor de dingen die ons in leven houden. Hij betoogde dat we kritisch moeten kijken naar wie we geld betalen voor wat we eten en welke systemen we daarmee in stand houden. Hij lardeerde zijn betoog met meer en minder steekhoudende argumenten, zo activeerde hij mijn denken over bezitsverhoudingen en hoe je die kunt of zelfs moet ondermijnen.
Na dat etentje voelde ik de behoefte om meer activistische winkeldieven te spreken, en zo kwam ik in contact met een grote groep mensen voor wie het helemaal geen probleem is om te stelen. Meer nog dan in de diefstal zelf ging ik me interesseren in het onderliggende sentiment. Alles Moet Weg is daarmee een diagnose geworden van ons leven in het laatkapitalisme: hoe we ons voelen in de economische leefomgeving waarin we verkeren, en hoe dat gevoel ons uiteindelijk stuurt in ons gedrag. Bij de groep die ik sprak zag ik politiek bewustzijn maar ook veel cynisme en nihilisme. In een ontgoochelde maatschappij zijn er steeds meer mensen met een fluïde moraal. Veel mensen voelen zich niet senang bij de huidige economische omgeving, maar zijn ook niet bij machte om die te veranderen. Dat leidt dan tot een soort wild om je heen slaan. Wat onder andere tot uiting komt in winkeldiefstal.
Hoe kom je in contact met activistische winkeldieven?
Heel snel.
Ik heb een oproep geplaatst op Instagram en binnen een dag had ik 24 mensen die hier graag over wilden praten. Ik deed ze een voorstel om anoniem te chatten, maar negen op de tien vond het geen enkel probleem om dit met naam en toenaam te doen. Die hadden ook een gevoel van trots over hun eigen kleptomane gedrag.
Sommige dieven tonen zich bewust van de bestaande orde die ze willen ontregelen: In de vrije markt geven we bedrijven het recht om te bepalen hoe producten tot ons komen, en daarvoor zoveel geld te vragen als zij willen. Hoe zij die macht ooit hebben verkregen, wie er in de winst mag delen en welke schade ze aanrichten staat niet ter discussie. De activistische dieven hebben de hoop op een politieke oplossing verloren, diefstal is voor hen een noodzakelijke sabotage van het systeem. Ze zeggen: je kunt wel met je protestbord op het Malieveld gaan staan, maar daarmee stop je het kapitalisme niet. De enige manier om met het systeem te communiceren is door haar van binnenuit kapot te maken, je winkelkarretje is een paard van Troje; des te meer je ontvreemdt, des te groter het gebaar.
Daar werd ik verdrietig van, dat mensen zich inmiddels zó onthand voelen in relatie tot die economische leefomgeving, dat het enige wat ze nog denken te kunnen doen het herhalen is van de kwalijke aspecten van het systeem. Ze zien het dubieuze handelen van de instanties en de bedrijven, maar zijn niet in staat tot het veranderen daarvan. Daarvoor is de vrije markt te diep doordrongen in hun bestaan. Ze voelen zich een kleine mier, het enige wat ze kunnen doen is het reproduceren van het kwaad. Daarmee versterk je ook een in wezen corrupt systeem.
Maar ik herken me ook in dat gevoel van onmacht: ik voel hoe diep de hebzucht, het opportunisme verbonden is met het laatkapitalisme, en zie vervolgens weinig manieren om daaruit te ontsnappen. Als je als bevolking geen vertrouwen meer hebt, geen begrip meer hebt voor de steeds groter wordende multinationals die op hún voorwaarden producten aan ons afstaan, dan gaat er iets grondig mis. Tegelijkertijd vind ik stelen ook intellectueel lui. Behalve begrip hield ik er dus ook afstand van.
Het werk is dus niet een viering van het stelen, maar kijkt er ook kritisch naar. Waar zit die spanning tussen stelen als activistische daad of juist het activisme gebruiken om het stelen goed te praten?
Tussen die posities beweegt de protagonist zich.
Er zijn twee performers die elkaar afwisselen, Isadora Tomasi en Annica Muller. In een soort monologue intérieur geven ze antwoord op de vraag ‘waarom zou ik betalen?’. De performance toont een staalkaart aan motivaties, ontleend aan de interviews die ik had met die 24 dieven. Argumenten van de ziekelijke winkeldief worden afgewisseld met die van de zelfverklaarde Robin Hoods en die van de hobbydief die vooral voor de thrill spullen in haar tas stopt. Het denken van mensen die geen geld meer hebben aan het eind van de maand wordt afgewisseld met dat van kapitalistische ratjes die hun gedrag rechtbreien met een wankel filosofietje. De beslissingsbevoegdheid ligt bij jou als kijker, maar het is door die afwisseling verdomde lastig om je positie te bepalen.
De installatie werkt als een panopticon. Je beweegt je rondom een replica van een stukje Albert Heijn, uitgerust met een groot aantal beveiligingscamera’s. Monitors rondom de installatie geven zicht op de performance. Je zou kunnen zeggen dat de kijker als een surveillant het verdachte subject in de gaten houdt. Misschien verbind je je gedeeltelijk met de dief en gedeeltelijk met de beveiligende instantie. Je schakelt tussen die twee. Identificeer je je met haar, of met degenen die proberen het wettelijk kader te beschermen? Of ben je een biechtvader, die alleen maar luistert en zich niet geroepen voelt tot een morele positie?
Met mijn werken hoop ik problemen te manifesteren: ze geven geen eenduidig antwoord, ik houd ervan dat ze een tijd blijven zeuren. Als kijker cirkel je om de figuur heen en daarmee ook om haar denken, en dat kun je in principe behoorlijk lang doen. Ik stuur je niet de zaal uit. Dus inderdaad, is het handelen van de figuur activistisch of functioneert dat activisme eigenlijk alleen maar als schaamlap? Dat laat ik in het midden.
Wat ik in ieder geval hoop los te weken is de vanzelfsprekendheid van de betaling. Voor veel van de dieven die ik sprak is die betaling niet meer evident. Ze zeggen: de geldtransactie is een dogma, we moeten stoppen ons te conformeren en die betaling dus kritisch bevragen. In veel van ons gedrag herhalen we dat van onze ouders of onze grootouders, maar de wereld verandert. Mijn oma wist niets van gefinancialiseerd robotkapitalisme. Zij kocht haar tomaten van een boertje in het dorp.
Inmiddels is de afstand tussen consument en aanbieder gigantisch vergroot. De beschikbare levensmiddelen zijn in handen van een steeds kleinere groep steeds rijkere ondernemingen. Hun handelen wordt, zo redeneert de activistische winkeldief, primair gedreven door het belang van de aandeelhouder. De winst wordt niet gedeeld met de tomatenplukkers, voor zover die nog niet zijn vervangen door robots. Het is niet zo dat Jumbo en Albert Heijn ons van betaalbaar eerlijk eten willen voorzien, zij willen de kapitaalverstrekkers tevreden houden. Maar alleen wanneer we denken dat de supermarkt om óns geeft, zullen we haar ons vertrouwen en geld geven. En dus verbloemt de Appie haar opportunisme met heel veel goedaardige gezelligheid. De vermoorde onschuld is een centraal begrip in het laatkapitalisme. We zien het bij winkels met onzinnige duurzaamheidsclaims, maar we zien het ook bij gladde politici die geen actieve herinnering hebben aan kwalijk handelen. Het opmerkelijke is dat de winkeldief precies op die manier handelt: alleen wanneer je geloofwaardig kunt liegen word je een succesvolle dief. Met het juiste voorkomen en een overtuigend verhaal kun je de controleur bij de zelfscankassa onder tafel lullen en een boete vermijden. De veelverdieners leren ons dus niet alleen om zelfzuchtig te zijn, ze leren ons ook ons opportunisme te verstoppen. Image building is cruciaal.
Sommigen stoppen ongestraft een stukje gember in hun tas, maar de zelfzucht neemt ook grotere vormen aan. In de gevangenis bezocht ik de “Utrechtse koffieboef”, een man met een schuld van 90.000 euro aan gestolen goederen, vooral koffie. Hij zat nu voor de zesde keer vast. Door dit soort verhalen werd ik ook wat weemoedig. Ik zag hoe minder bedeelde mensen de prijs betaalden voor het gedrag waar multinationals ongestraft mee wegkomen.
In Alles Moet Weg zien we de performer in een Sneeuwwitje-jurk door de installatie bewegen. Je kunt een hoop symbolische betekenissen met Sneeuwwitje verbinden. Waarom heb je voor deze jurk gekozen?
Ik wilde haar allereerst onherkenbaar maken, een zekere abstractie geven, en zo voorkomen dat de kijker het gedrag kon toeschrijven aan bepaalde persoonskenmerken. De figuur moest model staan voor de maatschappij ‘at large’. Door een varkensmasker en het kostuum wordt zij voor mij een ambigue figuur. Ze is gretig, gierig, instinctgedreven – dierlijk zou je kunnen zeggen – maar met een sprookjesachtige facade. Het kostuum geeft het werk misschien een allegorische kwaliteit, maar waar het me vooral om te doen was is het cynisme, het gigantische contrast met de onderliggende wanhoop. We denderen in volle snelheid op de klimaatcatastrofe af, maar doen alsof we met een groen stickertje links en rechts de ramp kunnen voorkomen. Zonder die sprookjes stagneert het bedrijfsmodel van veel succesvolle ondernemingen.
De onschuld van Sneeuwwitje clasht ook met de sensuele performance, waarin de hoofdpersoon zegt dat ze winkeldiefstal geil vindt. Is die clash ook iets wat je bewust hebt opgezocht?
De seksuele energie heeft te maken met het dierlijke, met het instinctieve. Wij zijn als mensen geen rationele wezens. Het deel van ons dat door lust wordt gedreven proberen we in balans te brengen met het weldenkende wezen. Het ongeremde dier moet gecorrigeerd worden, dat leren we op school, van onze ouders en uit het wetboek. En dan hangen er ook nog steeds de spoken van het Christendom rond. Ikzelf ben katholiek opgevoed en mijn denken over goed en fout was ooit gebaseerd op wat er in de Bijbel stond. Maar die aangeleerde deugdzaamheid houdt natuurlijk alleen stand als ze wederkerig is, als we erop kunnen vertrouwen dat iedereen het juiste probeert te doen.
Als je ziet dat de planeet naar de knoppen gaat en de Elon Musks daar bakken met geld aan verdienen, wordt het een stuk moeilijker om je egoïstische neigingen te beteugelen. We zien een economie die groeit ten koste van de planeet, ten koste van toekomstige generaties en mensen in het Globale Zuiden. Sociale verhoudingen komen steeds verder onder druk te staan. Probeer maar eens vol te houden dat dát geen diefstal is.
Ik kan niet ontkennen dat een deel van mij ook dierlijk en instinctief is, gedreven wordt door lustprincipes. Als we meester worden in het tonen van ons onschuldige gezicht – en ik denk dat we daar in het huidige tijdsgewricht steeds beter in worden – dan gaat er iets liggen smeulen. De scheiding tussen onze dag- en een nachtversie wordt pregnant: in het dagelijks leven op straat, maar ook op sociale media en in onze werkomgeving proberen we over te komen als weldenkende, deugdzame, aantrekkelijke mensen. Als de druk om goed voor de dag te komen sterker wordt, neemt die behoefte om uit de band te springen ook toe. Dat zien we in het stemhokje, in het toilet van de technoclub en bij de zelfscankassa. Mensen brengen een proteststem uit, snuiven ongehoorzaam een lijn coke, stelen een proteïnereep. Echt terugveroveren van de macht kun je het niet noemen, het voelt eerder puberaal, het toont de behoefte aan agency.
Tijdens de performance worden meerdere tactieken voor winkeldiefstal genoemd. Heb je er zelf ook een paar uitgeprobeerd?
Jazeker. Ik ben avontuurlijk aangelegd, en ik werd tijdens de interviews behoorlijk geïnspireerd door de ervaringsdeskundigen. Ik voelde dat ik de daad bij het woord wilde voegen en nam dus af en toe ook wat mee. Wat die winkeldieven zeiden: op het moment dat je eenmaal de achterkant gezien hebt, op het moment dat je weet wat er in de coulissen gebeurt, is het heel moeilijk om weer terug te gaan naar het toneel. Op het moment dat je de verrotting kent, is het moeilijk om die te negeren.
Maar wat ik net al zei: ik vind stelen ook intellectueel lui. En ik weiger mezelf uiteindelijk te manifesteren als een kapitalistisch ratje. Stelen voelt alsof ik de verrotting in een nog hogere versnelling zet. Ik ben er dus ook weer mee gestopt. Tegenwoordig doe ik mijn boodschappen vaker op de markt, ik verbouw de peterselie op mijn balkon.
In 2021 was jouw video-installatie Guilty Landscapes / episode IV onderdeel van de IMPAKT festivaltentoonstelling Modern Love. Beide werken spelen met de spanning van kijken en bekeken worden. Wat vind je interessant aan deze spanning?
Een werk heeft vaak haar oorsprong in ontmoetingen met mensen die buiten het daglicht handelen: sekswerkers, winkeldieven, gelukkige drugsgebruikers etc. In Guilty Landscapes denk je te kijken naar een vooropgenomen video van een go-go boy in Thailand, een jongen die werkzaam is in de seksindustrie daar. Maar dan komt er een moment dat diegene jou ziet en je ervan bewust wordt dat jullie via internet in contact staan. Ik wilde morrelen aan het idee van video als eenrichtingsverkeer. Als we ons voorstellen dat we begaan zijn met het leed in de wereld, geeft ons dat een gevoel van macht. Maar zodra die ander terugkijkt en het helemaal niet evident is dat hij lijdt, moet je je machtspositie gaan herzien.
Het internet heeft een upload en een download. Ik bedoel te zeggen: behalve dat wij informatie krijgen over allerlei plekken in de wereld, bijvoorbeeld over het globale zuiden, kunnen die mensen ook zien hoe wij kijken. Het terugkrijgen van die blik laat je voorbij je impliciete aannames kijken. Misschien ligt er wel een analogie met het openen van een gesprek met een winkeldief. Het gaat me altijd over het openzetten van een deur die daarvoor gesloten was.
In 2015 schreef je voor het Utrechts Verbond over de ‘dewerelddraaitdoorisering’ van de kunstwereld: de ontwikkeling waarin de culturele sector zich steeds meer genoodzaakt voelt om zich te rechtvaardigen uit angst om te worden weggezet als een elitaire hobby of links intellectueel gedoe. Dit is een thema waar het IMPAKT Festival 2024: DEAL WITH IT ook mee bezig is. Hoe kijk je nu naar de rol van de dewereldraaitdoorisering van de kunstwereld?
Die was ik zelf vergeten, bedankt dat je me herinnert. We moeten misschien een nieuwe term verzinnen?
Dat verkopen en aanprijzen van de kunst met modieuze termen gebeurt nog steeds, we denken nog steeds dat we ons moeten verdedigen voor onze rommelige zoektochten. Wat ik de laatste jaren veel zie is de kunst die het ‘goede’ beoogt, als het al niet uit het werk zelf blijkt dan toch wel uit de bijschriften aan de muur. Begrijp me niet verkeerd; aan activisme nooit genoeg. Waar ik het over heb is de deugdzaamheid als pose, de suggestie dat iets een beter kunstwerk wordt als er een extern doel mee gemoeid is. Sorry, maar dat is een enorme vernauwing van het kunstdomein, ik ben nooit naar de academie gegaan om een goed mens te zijn. Dan word ik blijer van een schilderij van een harde piemel.
Als we te veel leesbare deugdzame kunst ophangen wordt het kunstenveld voorspelbaar en didactisch, ’ticking the boxes’ kunst krijg je dan. Gaap. Ik zie liever materialiseringen van pijn en ongemak. Als een werk ons serieus kwaad maakt, komen we zoveel waarheid tegen over wie we zijn, over wat we als goed en wenselijk beschouwen, over waar onze wonden liggen. Bij Enjoy Poverty van Renzo Martens hadden veel kijkers dat, of bij de vluchtelingenboot van Christoph Büchel, maar het zijn uitzonderingen en populair werden ze er niet door. Het negatieve staat onder druk, we zwemmen in positiviteit deze dagen.
Woede is een superdankbare emotie, ook in de kunsten. Als een werk ons serieus kwaad maakt, komen we zoveel waarheid tegen over wie we zijn, over wat we als goed en wenselijk beschouwen, over waar onze wonden liggen. Bij Enjoy Poverty van Renzo Martens hadden veel kijkers dat, of bij de vluchtelingenboot van Christoph Büchel, maar het zijn uitzonderingen en populair werden ze er niet door. Het negatieve staat onder druk, we zwemmen in positiviteit deze dagen.
En god, wat willen we allemaal goed begrepen worden en elkaar de les lezen. Soms denk ik dat de systemen die ons sturen inmiddels zo machtig en onbereikbaar zijn dat ze een algemeen gevoel van hulpeloosheid installeren. Ons klein beetje zeggenschap halen we dan nog maar uit de terechtwijzingen die we elkaar kunnen geven. We weten niet meer wie er verantwoordelijk is voor de kapitalistische teringbende, dat is de lucht die we ademen. En dus richten we ons op wat we nog wél kunnen veranderen, de woordkeuze van een journalist of ik weet niet wat. Ook belangrijk hoor, maar het staat in geen verhouding tot het daadwerkelijke probleem.
De dewerelddraaitdoorisering van de kunst ging voor mij ook over de hapklare brokken van de marketing. Ik houd van het opschorten van de begrijpelijke verklaring. Durven we ons nog wel gemeenschappelijk onzeker te voelen? Op het moment dat je geconfronteerd wordt met nervositeit, denk ik: yes, in stand houden die nervositeit en graag zo lang mogelijk. Ik word wel warm van het motto van het festival dit jaar: DEAL WITH IT. Het benadert me met agressie, dat is alvast een goed begin.